ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ2838
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- J.W. baron van Knobelsdorff
- H.J. van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij verkrijging aandelen onroerendezaaklichaam
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of bij de bepaling van de waarde van de verkrijging van aandelen in een onroerendezaaklichaam de waarde van het reeds bij de verkrijger berustende middellijke belang in mindering mag worden gebracht. Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ontvangen omdat zij slechts 50% van de aandelen in aanmerking had genomen, terwijl de Inspecteur het volledige belang waardeerde.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna belanghebbende in hoger beroep ging. Het hof heeft de feiten vastgesteld en de standpunten van partijen gewogen. Belanghebbende stelde dat dubbele heffing werd voorkomen door vermindering van het reeds bestaande belang, gesteund op een besluit van de staatssecretaris uit 1986. De Inspecteur betoogde dat dit besluit niet van toepassing was en dat de wetgever niet had beoogd dat reeds gehouden belangen in mindering worden gebracht.
Het hof oordeelde dat het besluit uit 1986 een individuele goedkeuring betrof die niet zonder meer toepasbaar is op de onderhavige situatie, mede vanwege verschillen in feitelijke omstandigheden zoals het verschil tussen liquidatie en koop van aandelen. Het hof concludeerde dat de wet geen grond biedt voor vermindering van de waarde van het reeds bestaande middellijke belang en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en oordeelt dat de waarde van het reeds berustende middellijke belang niet in mindering mag worden gebracht.