ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3464
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- J.A. van Kempen
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende beheersing verslaving
De appellant verzocht om toelating tot de schuldsaneringsregeling, nadat de rechtbank dit verzoek had afgewezen vanwege zijn ernstige gok- en alcoholverslaving en de daarmee samenhangende onzekerheid over het nakomen van verplichtingen. De rechtbank vond dat appellant onvoldoende gemotiveerd was en dat zijn verslaving niet onder controle was, mede omdat hij aanzienlijke privé-schulden niet had opgenomen en door lichamelijke en psychische klachten niet kon deelnemen aan het arbeidsproces.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn verslaving grotendeels onder controle had en dat de strikte toepassing van de Recofa-richtlijnen hem in een vicieuze cirkel bracht. Hij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro om toch toegelaten te worden.
Het hof oordeelde dat de verslaving van appellant nog niet voldoende onder controle was, gelet op de rapportages van verslavingszorg en het gebrek aan motivatie om behandeling succesvol af te ronden. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat de wettelijke criteria vereisen dat de verslaving al enige tijd onder controle moet zijn. Toelating in een vroeg stadium brengt een groot risico op voortijdige beëindiging van de regeling met zich mee.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt geweigerd wegens onvoldoende beheersing van de verslaving.