ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4280
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- H.J. van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Geen ongeoorloofde discriminatie bij weigering bijzondere compensatie op grond van Belgische nationaliteit
Belanghebbende, een in Nederland woonachtige Belgische staatsburger werkzaam in België, vorderde bijzondere compensatie op grond van artikel 27, paragraaf 2 van het Verdrag 2001, welke zij werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het geschil betrof de vraag of het niet toekennen van bijzondere compensatie vanwege haar Belgische nationaliteit neerkomt op ongeoorloofde discriminatie. Het Hof overwoog dat het toepassen van nationaliteitscriteria bij de fiscale heffingsbevoegdheid niet strijdig is met het EG-verdrag, mede gelet op uitspraken van het Europese Hof van Justitie en de Europese Commissie.
De bijzondere compensatieregeling is een overgangsbepaling ter compensatie van inkomensachteruitgang voor bestaande grensarbeiders onder het oude Verdrag 1970, waartoe belanghebbende niet behoort. Ook het beroep op de non-discriminatiebepaling in artikel 26 van Pro het Verdrag 2001 faalt, omdat deze niet ziet op artikel 27. Het verzoek om uitstel van betaling werd eveneens afgewezen.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijzondere compensatie bevestigd.