ECLI:NL:GHSGR:2010:BL7350
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- J. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling grondwaterbelasting voor betonmortelcentrale met beperkte pompcapaciteit
Belanghebbende exploiteert een betonmortelcentrale en onttrekt grondwater voor productie. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen grondwaterbelasting op over de jaren 2000 tot en met 2004, inclusief heffingsrente en verzuimboete. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslagen.
De Inspecteur ging in hoger beroep bij het Gerechtshof. Kern van het geschil was of de onttrekkingen van grondwater vrijgesteld zijn op grond van artikel 8, onderdeel a, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), dat vrijstelling verleent bij een pompcapaciteit van maximaal 10 m3 per uur.
Het Hof stelde vast dat de pomp functioneel één geheel vormt met de betonmortelmenger en leidingen, en dat de feitelijke maximale pompcapaciteit niet meer dan 8,5 m3 per uur bedraagt. De theoretische capaciteit van 17,1 m3 per uur is niet relevant omdat deze niet feitelijk wordt benut. Het Hof verwierp de stelling van de Inspecteur dat beleidsregels de theoretische capaciteit als maatgevend stellen, omdat deze niet ten nadele van belanghebbende van de wet mogen afwijken.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van € 966 en griffierecht van € 447.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de onttrekkingen van grondwater vrijgesteld zijn omdat de feitelijke pompcapaciteit minder dan 10 m3 per uur bedraagt.