ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1204
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- H.A. Groen
- A.R. van de Veen
- Rechtspraak.nl
Merkelijke schuld van ene vennoot bevrijdt verzekeraar ook ten opzichte van andere vennoot bij brandverzekering
In deze zaak stond centraal of de merkelijke schuld van een vennoot bij het aansteken van een brand ook de andere vennoot kon treffen in het kader van een brandverzekering. Klaverblad, de verzekeraar, stelde zich op het standpunt dat artikel 294 van Pro het Wetboek van Koophandel (WvK) van toepassing was, waardoor merkelijke schuld van een verzekerde tot uitsluiting van de schadevergoeding leidt.
Het hof bevestigde dat de zaak beoordeeld moest worden naar het oude verzekeringsrecht uit het Wetboek van Koophandel, omdat het voorval plaatsvond vóór 1 januari 2006. Daarbij werd vastgesteld dat de merkelijke schuld van één vennoot ook tegenover de andere vennoot kan worden ingeroepen, omdat zij samen een vennootschap onder firma vormden en het verzekerde belang als een gemeenschappelijk belang moest worden aangemerkt.
De rechtbank had vastgesteld dat vennoot [A] de brand had aangestoken en dat sprake was van merkelijke schuld. Het hof verwierp het verweer van de andere vennoot dat [A] mogelijk leed aan een stoornis van zijn geestvermogens waardoor hem geen verwijt kon worden gemaakt. De stelling was onvoldoende onderbouwd en het hof ging uit van merkelijke schuld.
Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van de geïntimeerde vennoot af. Tevens werd deze veroordeeld in de kosten van het geding. Het arrest bevestigt dat in een vennootschap onder firma de merkelijke schuld van één vennoot de verzekeraar ook ten opzichte van de andere vennoot bevrijdt van schadevergoeding.
Uitkomst: De vordering van de vennoot wordt afgewezen omdat merkelijke schuld van de andere vennoot de verzekeraar ook ten opzichte van hem bevrijdt.