ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1405
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th. Groeneveld
- B. van Walderveen
- F.A. Engelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid van beursverliezen als inkomen uit werk en woning
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat een verlies van €40.000 uit zijn beleggingsactiviteiten in 1998 als negatief inkomen uit werk en woning in 2004 in mindering gebracht moest worden. Hij had een aanzienlijke portefeuille opgebouwd met geleend geld en pleegde intensief overleg met zijn bank.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof overwoog dat beursverliezen in principe vermogensverliezen zijn en niet op het inkomen in mindering kunnen worden gebracht, tenzij sprake is van bijzondere kennis die een meer dan louter speculatief voordeel oplevert. Belanghebbende had onvoldoende gesteld om deze uitzondering aan te nemen.
Daarnaast stond vast dat het verlies in 1998 was geleden en dat voor dat jaar geen verlies bij beschikking was vastgesteld, waardoor verrekening in 2004 niet mogelijk was. Het hof wees het beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verlies uit 1998 is niet aftrekbaar van het inkomen in 2004.