ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3735
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Van Leuven
- Bouritius
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgangsregeling en ondertoezichtstelling minderjarige na gespannen ouderrelatie
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde een hoger beroep inzake een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind, waarbij de moeder verzoekster was. De zaak kenmerkte zich door een gespannen relatie tussen de ouders en een zorgelijke situatie rondom het welzijn van het kind, dat mogelijk een loyaliteitsconflict ervoer.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg adviseerden een omgangsregeling onder begeleiding van ambulante hulpverlening voor zes maanden, om het contact tussen vader en kind te observeren en te ondersteunen. De moeder had tijdens de procedure haar eis gewijzigd, maar het hof oordeelde dat mondelinge vermeerdering van eis niet was toegestaan volgens artikel 283 Rv Pro.
De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht van Jeugdzorg voor een jaar, en het hof nam kennis van een afwijzing van een dwangsomvordering van de vader. Tijdens de zitting verklaarden partijen hun standpunten over de omgang en de situatie van het kind. Het hof concludeerde dat het kind rust, veiligheid en voorspelbaarheid nodig heeft en dat het onderzoek van Jeugdzorg moet worden afgewacht alvorens een definitieve omgangsregeling kan worden vastgesteld.
Het hof handhaafde de voorlopige omgangsregeling van één zaterdag in de veertien dagen en hield de zaak aan tot 30 oktober 2010 om de resultaten van het onderzoek te kunnen beoordelen. De concrete invulling van de omgangsregeling zal op instructie van Jeugdzorg plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof handhaaft de voorlopige omgangsregeling en houdt de zaak aan tot nader onderzoek door Jeugdzorg.