ECLI:NL:PHR:2012:BU9899
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige wegens zwaarwegende belangen
De zaak betreft een verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn minderjarige zoon vast te stellen. Na diverse procedures en onderzoeken stelde de rechtbank een omgangsregeling vast, maar de moeder kwam hiertegen in hoger beroep met verzoek om een beperktere regeling of ontzegging van het omgangsrecht.
Het hof constateerde dat de minderjarige veel weerstand had tegen contact met de vader en dat het onduidelijk was waar deze weerstand vandaan kwam en hoe deze weggenomen kon worden. Ondanks het belang van contactherstel oordeelde het hof dat een ouderschapsonderzoek op dat moment niet haalbaar was, mede door het verzet van de moeder. Het hof vond dat het forceren van contact de draagkracht van het kind te boven ging en ontzegde daarom het omgangsrecht aan de vader, met de kanttekening dat dit slechts tijdelijk is.
De vader stelde cassatie in tegen deze beslissing, stellende dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het omgangsrecht werd ontzegd en dat het oordeel tegenstrijdig was. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde dat het hof het recht op omgang terecht had ontzegd op grond van zwaarwegende belangen van de minderjarige en dat het oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontzegging van het omgangsrecht van de vader met de minderjarige vanwege zwaarwegende belangen van het kind.