ECLI:NL:HR:2012:BU9899
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vaststelling omgangsregeling volgens artikel 1:377a BW
In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen de eindbeschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage betreffende de vaststelling van een omgangsregeling met het kind op grond van artikel 1:377a BW. De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het middel van de vader beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de eindbeschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 24 februari 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de eindbeschikking van het hof.