ECLI:NL:GHSGR:2010:BM9557
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekerings- en premieplicht Nederlandse volksverzekeringen voor werknemer met buitenlandse werkgever in 2004
Belanghebbende was in 2004 werkzaam aan boord van een schip onder Panamese vlag en werkte van 1 januari tot en met 31 mei voor een Nederlandse werkgever en van 1 juni tot en met 31 december voor een buitenlandse werkgever. De Inspecteur legde een aanslag op met verzekerings- en premieplicht voor de periode 1 januari tot en met 25 augustus 2004. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat hij vanaf 1 juni uitsluitend buiten Nederland werkte en daarom niet verzekerd was voor de volksverzekeringen.
De rechtbank stelde de verzekerings- en premieplicht vast op 234 dagen, van 1 januari tot en met 24 augustus 2004, en verlaagde de premie volksverzekeringen met €27. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat belanghebbende pas vanaf 25 augustus 2004 niet meer verzekerd en premieplichtig was, omdat hij vanaf die datum uitsluitend buiten Nederland arbeid verrichtte gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur terecht de verzekerings- en premieplicht had vastgesteld voor de periode tot en met 24 augustus 2004 en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2010 door de meervoudige belastingkamer van het gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat belanghebbende premieplichtig was voor de Nederlandse volksverzekeringen tot en met 24 augustus 2004.