ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1640
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen tekortkoming schilder bij loslaten verf door ontbreken primerlaag
In deze civiele zaak vordert appellant betaling wegens vermeende tekortkoming van geïntimeerde in het schilderwerk van een woning. Appellant stelt dat het schilderwerk ondeugdelijk was omdat de verf losliet, en dat geïntimeerde dit niet heeft hersteld, waardoor hij kosten moest maken voor herstel door derden.
Geïntimeerde betwist aansprakelijkheid en vordert betaling van een factuur voor reparatiewerkzaamheden die hij tijdens het schilderen heeft uitgevoerd. De rechtbank wees de vordering van appellant af wegens ontbreken van causaal verband tussen het schilderwerk en het loslaten van de verf, en kende de vordering van geïntimeerde deels toe.
Het hof bevestigt dat het loslaten van de verf het meest waarschijnlijk werd veroorzaakt door het ontbreken van een primerlaag, maar dat partijen hierover geen afspraken hadden gemaakt en dat het niet aan geïntimeerde is toe te rekenen. Verder oordeelt het hof dat geïntimeerde aan zijn waarschuwingsplicht heeft voldaan door appellant te informeren over de slechte hechting van de verf.
Daarom wordt de vordering van appellant afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering wegens ondeugdelijk schilderwerk wordt afgewezen omdat het ontbreken van een primerlaag niet aan de schilder kan worden toegerekend.