ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7063
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C.F. van Gelder
- R.M. Bouritius
- C.J. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens niet-aanbieden transactie bij rijden onder invloed
De verdachte werd verdacht van rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 535 microgram per liter uitgeademde lucht, hoger dan de toegestane 88 microgram. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een geldboete van 480 euro, subsidiair negen dagen hechtenis. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
De raadsman van de verdachte betoogde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de verdachte niet eerst een transactieaanbod had ontvangen, zoals voorgeschreven in de Richtlijn rijden onder invloed. Volgens de jurisprudentie kan het ontbreken van een transactieaanbod worden gecompenseerd door een straf die overeenkomt met het transactiebedrag, maar in deze zaak was dat niet voldoende.
Een deskundige van de Dienst Justis verklaarde dat zowel transacties als rechterlijke vonnissen als justitiële gegevens worden geregistreerd, maar dat transacties minder zwaar wegen bij het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Hierdoor loopt de verdachte het risico dat hem een VOG wordt onthouden, terwijl dat bij afdoening via transactie niet het geval zou zijn.
Het hof oordeelde dat het geschonden belang van de verdachte niet voldoende werd gecompenseerd door de opgelegde straf en dat alleen niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dit belang kan herstellen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid om alsnog een transactievoorstel te doen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet eerst aanbieden van een transactie aan de verdachte.