ECLI:NL:GHSGR:2010:BO9830
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.W. van Rijkom
- R.S. van Coevorden
- J.J. Trap
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kennelijk onredelijk ontslag en bewijswaardering bij arbeidsongeschiktheid werknemer
Werknemer was sinds 1990 in dienst bij Van der Panne, laatstelijk als adjunct-directeur, en werd in 2003 arbeidsongeschikt door een burn-out. Hij vorderde een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat de arbeidsongeschiktheid het gevolg was van werkdruk en bejegening door de directeur, tevens zijn zwager.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van causaal verband tussen werk en ziekte. In hoger beroep voerde werknemer zeven grieven aan, waaronder dat alle omstandigheden meegewogen moesten worden en dat het re-integratietraject onterecht werd afgebroken.
Het hof oordeelde dat werknemer onvoldoende medische stukken overlegde en dat getuigenverklaringen geen bewijs leverden van getreiter of gekleineer. Het loyaliteitsconflict binnen de familie was onvoldoende grond voor kennelijk onredelijk ontslag. Ook het beëindigen van het re-integratietraject was niet onrechtmatig, mede omdat werknemer extern moest re-integreren.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde werknemer in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag af wegens onvoldoende bewijs van causaal verband.