ECLI:NL:GHSGR:2010:BP3078
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.C.M. van Dijk
- G. Mannoury
- S.J. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Internationaal vermogensrecht: Toepasselijkheid Iraaks recht op documentair krediet tussen Solvochem en Rasheed Bank
Deze zaak betreft een geschil tussen Solvochem Holland B.V. en Rasheed Bank over betalingen onder zes documentair krediet (LL/CC) transacties uitgevoerd in de jaren 1989-1990. Solvochem vordert betaling van ruim 3,3 miljoen dollar plus rente en kosten, terwijl Rasheed Bank onder meer verweer voert op basis van internationale bevoegdheid, toepasselijk recht, verjaring, overmacht en risicoaanvaarding.
Het hof bevestigt de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter, gelet op de uitvoering van de verbintenis in Nederland en de vestiging van Solvochem. Het toepasselijke recht wordt vastgesteld als Iraaks recht, mede omdat de LL/CC dateren van voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Rome en de kenmerkende prestatie door Rasheed Bank in Irak wordt verricht.
De vorderingen onder de zes LL/CC worden toegewezen voor een totaalbedrag van $3.389.730,30, met een wettelijke rente van 5% vanaf 17 april 2002 tot betaling. Het beroep op verjaring wordt verworpen, aangezien de Iraakse algemene verjaringstermijn van vijftien jaar geldt en de vorderingen binnen deze termijn zijn ingesteld. Het beroep op overmacht en risicoaanvaarding faalt, evenals andere verweren van Rasheed Bank. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof vernietigt eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en doet opnieuw recht, veroordeelt Rasheed Bank tot betaling van het bedrag met rente, veroordeelt haar in de kosten van beide instanties en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Rasheed Bank wordt veroordeeld tot betaling van $3.389.730,30 met 5% rente en proceskosten, onder toepasselijkheid van Iraaks recht.