ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6836
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- V. Disselkoen
- S.W. Kuip
- Rechtspraak.nl
Ontbindende voorwaarde in arbeidsovereenkomst nietig wegens strijd met ontslagrecht
In deze zaak stond centraal de vraag of een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst van [appellante], opgenomen in haar aanstellingsbrief van 6 juni 2000, rechtsgeldig was. Deze voorwaarde hield in dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen bij het wegvallen van een loonkostensubsidie, de ID-regeling, die door de overheid per 1 januari 2009 werd beëindigd.
De kantonrechter had de vordering van [appellante] afgewezen, stellende dat de ontbindende voorwaarde geldig was en de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2009 van rechtswege was geëindigd. Het hof oordeelde echter dat deze ontbindende voorwaarde niet verenigbaar was met het gesloten stelsel van regels omtrent beëindiging van arbeidsovereenkomsten, omdat het wegvallen van de subsidie niet de werkzaamheden onmogelijk maakte en de werkgever HTM andere rechtsmiddelen had om het dienstverband te beëindigen.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde de ontbindende voorwaarde nietig. HTM werd veroordeeld tot doorbetaling van loon met vakantietoeslag en een beperkte wettelijke verhoging over de periode van 1 januari 2009 tot 12 maart 2009, alsmede tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. Het arrest benadrukt dat een ontbindende voorwaarde slechts bij uitzondering geldig kan zijn en dat het ontslagrecht een beschermend stelsel vormt dat niet zomaar kan worden omzeild.
Uitkomst: De ontbindende voorwaarde is nietig verklaard en HTM is veroordeeld tot doorbetaling van loon en bijkomende vergoedingen.