ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7384
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontruiming woning na ongeldige huurovereenkomst ondanks verzoek langere termijn
In deze zaak stond centraal de ontruiming van een woning waarvan de rechtmatige eigenaren tijdens hun vakantie hun zoon de sleutels hadden gegeven. De appellant, die zonder recht of titel in de woning verbleef, had een huurovereenkomst gesloten met de zoon als verhuurder. Na een kort geding werd bepaald dat zij de woning binnen twee weken na het vonnis moest ontruimen.
De appellant kwam in hoger beroep tegen de ontruimingstermijn van twee weken en verzocht om een termijn van vier maanden, stellende dat zij met haar twee jonge kinderen anders op straat zou komen te staan. Het hof oordeelde dat het belang van de eigenaren om hun woning te betrekken zwaarder woog dan het belang van de appellant om langer te blijven, mede omdat zij al sinds het begin van haar verblijf wist dat zij zonder recht of titel woonde.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde de appellant in de proceskosten. De ontruiming werd gepland op 16 maart 2011, waarbij de appellant nog enkele dagen had om tijdelijk onderdak te vinden. Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging werd afgewezen omdat het arrest op dezelfde dag werd gewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming binnen twee weken en wijst het verzoek om een langere termijn af.