ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9844
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- J.C.N.B. Kaal
- S.J. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over mandeligheid en kwalitatieve verplichtingen bij bouwbeperkingen tussen naburige panden
In deze civiele zaak staat centraal of tussen twee naburige panden een mandelige muur bestaat en of er kwalitatieve rechten zijn gevestigd die bouwbeperkingen afdwingen. Appellant had het naastgelegen pand B gekocht met afspraken over een gemene muur en bouwbeperkingen ten behoeve van het pand A van geïntimeerden. De rechtbank had de vorderingen van geïntimeerden toegewezen, maar appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de leveringsakte uit 1993 geen kwalitatieve rechten bevat en dat de muur niet mandelig is, omdat de panden door een pad gescheiden zijn en geen gemeenschappelijke scheidingsmuur hebben. De afspraken in de akte zijn onvoldoende om mandeligheid aan te nemen. Ook is appellant niet persoonlijk aansprakelijk voor de bouwbeperkingen na vervreemding van het pand, omdat er geen kettingbeding is overeengekomen.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de mandeligheid en kwalitatieve rechten betreft en wijst de vorderingen af. De kosten van het geding worden aan geïntimeerden opgelegd. Hiermee komt een einde aan het geschil over de bouwbeperkingen en de eigendomsverhoudingen van de muur tussen de panden.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en oordeelt dat er geen mandelige muur of kwalitatieve rechten bestaan en dat appellant niet aansprakelijk blijft na vervreemding.