ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ0743
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting taxibedrijf
Belanghebbende exploiteert een taxibedrijf en hield rittenstaten bij die achteraf op kasbladen werden verwerkt, maar zonder begin- en eindstanden van de kas en zonder kassaldi. Controle was daardoor niet mogelijk zonder externe bronnen. Uit bekeuringen, waarnemingen en NAP-gegevens bleek dat veel ritten niet in de administratie waren verwerkt.
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor de jaren 2002 en 2003, met vergrijpboeten van 50%, later verminderd tot 25%. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en matigde de boeten met 10%. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen de navorderingsaanslagen en boeten.
Het hof oordeelt dat de rittenadministratie essentieel is en niet voldoet aan de eisen van artikel 52 Awr Pro. De omkering van de bewijslast is terecht toegepast. De Inspecteur heeft een redelijke schatting gemaakt van de meeromzet, rekening houdend met privégebruik. De boeten worden verminderd tot 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Proceskosten en griffierecht worden aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraken van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar voor zover deze de boete betreffen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de boete, maar niet voor de navorderingsaanslagen.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen bevestigd, boeten verminderd tot 20%, proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed.