ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9432
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- J.M. Reinking
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verduistering, witwassen en medewerking aan criminele organisatie
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor onder meer verduistering, witwassen en deelname aan een criminele organisatie in de periode van 2002 tot 2008. Verdachte werd verweten grote geldbedragen te hebben toegeëigend en medewerking te hebben verleend aan onrechtmatige betalingen door diverse stichtingen aan ondernemingen en personen, waarbij sprake zou zijn van onrechtmatige verrijking en schending van statutaire bepalingen.
Het hof heeft het bewijs zorgvuldig onderzocht en geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de genoemde bedragen wederrechtelijk heeft toegeëigend. De betalingen berustten op rechtsgeldige overeenkomsten en de vergoedingen stonden in redelijke verhouding tot de verrichte prestaties. Ook is geen sprake van strijd met statuten of wettelijke bepalingen. Verder acht het hof niet bewezen dat de gelden afkomstig waren uit enig misdrijf of dat er een oogmerk was tot het plegen van misdrijven.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte voorafgaand aan verhoren geen toegang tot een advocaat had, maar dit betoog werd niet verder behandeld vanwege het ontbreken van bewijs voor de tenlasteleggingen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verduistering, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.