ECLI:NL:HR:2013:BZ9939
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Den Haag
Op 14 mei 2013 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 juni 2011 in een strafzaak tegen verdachte geboren in 1952. Het beroep was ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof en werd namens verdachte tegengesproken door zijn advocaat.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en het arrest in een vergelijkbare zaak (LJN BZ8902) was geen nadere motivering nodig omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.