ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5386
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor dood werknemer Dutchbat na val Srebrenica
Deze civiele zaak betreft de aansprakelijkheid van de Nederlandse Staat voor de dood van Rizo Mustafic, een lokale werknemer van Dutchbat, tijdens de val van Srebrenica in juli 1995. Mustafic verbleef met zijn gezin in het compound van Dutchbat en werd tegen zijn wil door Dutchbat van het compound gestuurd, waarna hij door de Bosnische Serviërs werd gedeporteerd en vermoord.
De Staat stelde dat de handelingen van Dutchbat uitsluitend aan de Verenigde Naties (VN) toegerekend moesten worden, omdat Dutchbat onder VN-commandostructuur opereerde. Het hof oordeelde echter dat vanaf 11 juli 1995, tijdens de evacuatieperiode, de Nederlandse Staat effectieve controle had over Dutchbat en dat de Staat dus aansprakelijk is voor het handelen van Dutchbat.
Het hof stelde vast dat Dutchbat wist van het risico dat de gedeporteerde mannen zouden worden gedood of mishandeld, maar desondanks meewerkte aan de evacuatie. Mustafic had volgens het hof mogen blijven, er was voldoende voedsel en faciliteiten, en het was mogelijk hem een UN-pas te verstrekken. De Staat handelde onrechtmatig door Mustafic tegen zijn wil te laten vertrekken, wat rechtstreeks leidde tot zijn dood.
De vordering van Mustafic et al. wordt daarom toegewezen voor de aansprakelijkheid van de Staat voor de schade en immateriële schade die zij hebben geleden. Andere gronden, zoals het niet instellen van strafrechtelijke vervolging en schending van het recht op een eerlijk proces door rechterlijke wisseling, worden deels in behandeling genomen of verworpen.
Uitkomst: De Nederlandse Staat is aansprakelijk voor de dood van Mustafic door onrechtmatig handelen van Dutchbat tijdens de evacuatie van Srebrenica.