ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0182
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- P.A. Koppen
- D. Aarts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen Staat wegens niet-toerekening acties Dutchbat in Srebrenica
De zaak betreft de vordering van de nabestaanden van R. M., een lokaal medewerker van Dutchbat, die werd weggevoerd en vermoedelijk gedood na de val van Srebrenica in juli 1995. De eisers stellen dat de Staat tekort is geschoten in de bescherming van R. M. en dat er sprake is van onrechtmatige daad en contractbreuk.
De Staat voert aan dat de handelingen van Dutchbat exclusief aan de Verenigde Naties moeten worden toegerekend, omdat de operationele leiding was overgedragen aan de VN. De rechtbank bevestigt dat Dutchbat deel uitmaakte van de UNPROFOR-missie en dat de operationele commandostructuur bij de VN lag. Ook bij grove nalatigheid blijft de toerekening aan de VN exclusief.
De rechtbank onderzoekt of de Staat de VN-commandostructuur heeft doorkruist, maar vindt onvoldoende bewijs dat Nederlandse autoriteiten instructies gaven om VN-bevelen te negeren. De claim dat R. M. op een evacuatie-lijst stond wordt niet definitief vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat de Staat niet aansprakelijk is voor de dood van R. M. en wijst de vordering af. De eisers worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de nabestaanden af omdat de handelingen van Dutchbat exclusief aan de Verenigde Naties worden toegerekend, waardoor de Staat niet aansprakelijk is.