ECLI:NL:GHSGR:2011:BR6624
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Waardebepaling aandelen met lock-up periode in loonheffingen
Belanghebbende, een 100% dochtervennootschap van een beursgenoteerde onderneming, verstrekte aan haar managers aandelen met een lock-up periode van vijf jaar. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen op omdat hij de door belanghebbende gehanteerde waardering van de aandelen niet accepteerde.
De rechtbank stelde dat aan de lock-up een waardedrukkend effect toekomt en bepaalde de waarde van de aandelen schattenderwijs met een afwaardering van 18% (3,6% per jaar). Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep. Belanghebbende voerde aan dat de waarde met de Black-Scholes methode moest worden berekend, wat een afwaardering van 34,05% opleverde, terwijl de Inspecteur vasthield aan een afwaardering van 2,5% per jaar.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en dat de door belanghebbende voorgestelde methode geen juiste waardering gaf omdat die alleen rekening hield met koersdalingsrisico en niet met koersstijging. Het hof bevestigde dat een afwaardering vanwege de lock-up gerechtvaardigd is, maar stelde vast dat 2,5% per jaar een redelijke maatstaf is. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar en mat de naheffingsaanslag terug tot € 173.194.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffingen wordt verminderd tot € 173.194 vanwege een redelijke afwaardering van 2,5% per jaar voor de lock-up periode.