ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6150
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatig strafvorderlijk optreden en schadevergoeding na voorbereidingshandelingen terroristische aanslag
Op 26 juli 2004 werd appellant staande gehouden wegens verdenking van voorbereidingshandelingen voor een terroristische aanslag, mede gebaseerd op video-opnamen nabij vitale gebouwen. Op 30 juli 2004 vond een huiszoeking plaats waarbij een arrestatieteam zonder voorafgaande legitimatie binnentrad, wat leidde tot beslaglegging van bewijsmateriaal en de inzet van dwangmiddelen.
Appellant en zijn familie vorderden in eerste aanleg en hoger beroep een verklaring voor recht dat het optreden van de Staat onrechtmatig was en eisten schadevergoeding voor materiële en immateriële schade. De rechtbank wees deze vorderingen af, waarbij werd geoordeeld dat de strafvorderlijke maatregelen rechtmatig waren en dat schade voor de familieleden voor eigen risico bleef.
Het hof bevestigde het juiste toetsingskader en oordeelde dat de staandehouding en het opsporingsonderzoek niet onrechtmatig waren, mede gelet op de omstandigheden na de aanslagen van 11 september 2001. De inzet van het arrestatieteam en de huiszoeking werden als proportioneel en rechtmatig beoordeeld. De grieven van appellant werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, met een veroordeling van appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens rechtmatig optreden van de Staat.