ECLI:NL:PHR:2013:BZ7396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overheidsaansprakelijkheid voor schade door rechtmatig strafvorderlijk optreden in woning van verdachte
In deze zaak staat de vraag centraal of de Staat aansprakelijk is voor schade geleden door de levenspartner en het inwonend kind van een verdachte als gevolg van rechtmatig strafvorderlijk optreden in hun woning. Op 30 juli 2004 drong een arrestatieteam zonder voorafgaande legitimatie de woning binnen om de verdachte aan te houden. De vrouw en het kind waren op dat moment aanwezig en leden psychische schade, waaronder een miskraam bij de vrouw.
De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat het optreden rechtmatig was en dat de schade voor risico van de vrouw en het kind moest blijven, gelet op hun intieme band met de verdachte. De Hoge Raad bevestigt dat strafvorderlijk optreden dat voldoet aan wettelijke eisen ook jegens derden rechtmatig is, en dat levenspartners en inwonende kinderen in het maatschappelijk verkeer moeten aanvaarden dat zij schade kunnen lijden door proportioneel toegepaste dwangmiddelen in de woning.
De Hoge Raad benadrukt dat het gelijkheidsbeginsel inhoudt dat onevenredige schade die buiten het normale maatschappelijke risico valt, in beginsel voor vergoeding in aanmerking komt. Echter, in deze zaak is de schade niet als zodanig aangemerkt. De voorzienbaarheid van de schade en de mate van afhankelijkheid van de gezinsleden spelen een rol, maar vormen geen zelfstandige grond voor vergoeding. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor nadere beoordeling van de omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de schadevergoeding aan de levenspartner en het kind.