ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2353
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring en aansprakelijkheidsverzekering bij schade door bouw zonder vergunning
In deze civiele zaak vordert appellant betaling van een uitkering op grond van een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) wegens schade veroorzaakt door het zonder vergunning uitgraven van een kelder onder zijn woning. De schade werd vastgesteld door de rechtbank en toegewezen aan de benadeelde partij.
Appellant stelt dat ASR als verzekeraar gehouden is tot uitkering, maar de rechtbank wees de vordering af wegens verjaring. In hoger beroep betwist appellant dit en voert hij aan dat de verjaringstermijn niet juist is toegepast, mede gelet op overgangsrecht en de vereisten voor stuiting van de verjaring.
Het hof overweegt dat de verjaringstermijn is begonnen op het moment van aansprakelijkstelling in 1998 en dat, ondanks mogelijke stuiting in 2002, de vordering per 1 januari 2007 verjaard was. De brief van ASR uit 2002 voldoet niet aan latere wettelijke vereisten, maar dat doet niet af aan het verjaringsverloop. Het beroep op verjaring is terecht en het hoger beroep wordt afgewezen, waarbij de rechtbankvonnissen worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellant af wegens verjaring van de vordering op ASR.