Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2009:BJ1248

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10537
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:334a BWArt. 8 BWArt. 323 BWArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest over kostenveroordeling incidenteel hoger beroep in fusiegeschil

In deze zaak vorderde de Vereniging tot Behoud van de Hogeschool voor Economische Studies (de vereniging) vernietiging van de fusie tussen de Hogeschool voor Economische Studies Amsterdam (HES) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA). De rechtbank wees de vordering af, waarna de vereniging hoger beroep instelde. HvA stelde incidenteel hoger beroep in. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde HvA in de kosten van het incidenteel hoger beroep.

De vereniging stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, en HvA stelde deels voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat verwerping van in eerste aanleg gevoerde verweren die in de vorm van een incidenteel hoger beroep aan het hof worden voorgelegd, niet kan leiden tot een kostenveroordeling van de incidenteel appellant. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover HvA in de proceskosten van het incidenteel appel werd veroordeeld.

De Hoge Raad compenseerde de kosten van het geding in cassatie, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het principale cassatieberoep van de vereniging werd verworpen, en de vereniging werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Deze uitspraak bevestigt de jurisprudentie dat een incidenteel hoger beroep dat wordt verworpen niet automatisch leidt tot een kostenveroordeling van de incidenteel appellant, en verduidelijkt de wijze van kostenverdeling in cassatieprocedures.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover HvA in de kosten van het incidenteel hoger beroep is veroordeeld en de kosten in cassatie worden gecompenseerd.

Uitspraak

25 september 2009
Eerste Kamer
07/10537
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VERENIGING TOT BEHOUD VAN DE HOGESCHOOL VOOR ECONOMISCHE STUDIES,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. W.E. Pors,
t e g e n
de stichting STICHTING HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vereniging en HvA.
1. Het geding in feitelijke instanties
De vereniging heeft bij exploot van 8 april 2005 HvA gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de fusie tussen de Hogeschool voor Economische Studies Amsterdam (hierna: HES) en de HvA-oud vernietigbaar is, alsmede primair vernietiging van deze fusie en subsidiair een gebod aan de HvA om over te gaan tot splitsing ex art. 2:334a BW.
HvA heeft de vordering bestreden en de rechtbank verzocht de vereniging niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft bij vonnis van 12 april 2006 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de vereniging hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. HvA heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 10 mei 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de vereniging beroep in cassatie ingesteld. HvA heeft (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord, tevens houdende incidenteel cassatieberoep, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep; ten aanzien van het incidenteel cassatieberoep heeft de vereniging met betrekking tot het onvoorwaardelijk deel tot referte geconcludeerd.
Voor de vereniging is de zaak toegelicht door mrs. J.M. Blanco Fernández en C.B. Schutte, beiden advocaat te Amsterdam en voor HvA is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. M.S. Goeman, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt in het principaal en voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep tot verwerping en in het onvoorwaardelijk incidenteel cassatieberoep tot vernietiging van het bestreden arrest, uitsluitend voor zover daarin is beslist over de kosten van het incidenteel hoger beroep, waarna de Hoge Raad zelf een beslissing over die kosten zal kunnen nemen.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Bij deze stand van zaken heeft HvA geen belang meer bij haar beroep op niet-ontvankelijkheid van de Vereniging in haar cassatieberoep, zodat daaraan kan worden voorbijgegaan.
4. Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
4.1 Het vorenoverwogene brengt mee dat het middel, voor zover voorwaardelijk ingesteld, geen behandeling behoeft.
4.2 Voor zover onvoorwaardelijk ingesteld, klaagt het middel terecht dat het hof HvA in de kosten van het incidentele appel heeft veroordeeld. Naar vaste jurisprudentie kan de omstandigheid dat HvA in eerste aanleg gevoerde verweren in de vorm van een incidenteel hoger beroep onder de aandacht van het hof heeft gebracht, niet ertoe leiden dat verwerping van die verweren - en dientengevolge de verwerping van het incidenteel hoger beroep - HvA op een kostenveroordeling komt te staan.
4.3 De Hoge Raad kan, met vernietiging van het arrest van het hof in zoverre, zelf de zaak afdoen.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Vereniging in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HvA begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 10 mei 2007 voor zover HvA daarin is veroordeeld in de proceskosten van het incidentele appel;
compenseert de kosten van het geding in cassatie, in die zin dat iedere partij de hare draagt.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 september 2009.