ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3752
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep WOZ-waarde recreatiewoning leidt tot waardevermindering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn recreatiewoning, gelegen aan een adres te [Q], die door de Inspecteur was vastgesteld op €591.000 en na bezwaar gehandhaafd op €591.000. De rechtbank stelde de waarde in eerste aanleg bij tot €568.000 en wees het beroep van belanghebbende deels toe. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De woning betreft een vrijstaande recreatiewoning uit 2004 met een houten constructie en zonder fundering, gelegen op een perceel van circa 555 m2. Permanente bewoning is niet toegestaan. Beide partijen legden taxatierapporten over met verschillende vergelijkingsobjecten en waarderingen: de Inspecteur stelde €568.000 voor, belanghebbende €451.000.
Het Hof oordeelde dat vergelijkingsobjecten niet identiek hoeven te zijn, maar dat er wel rekening moet worden gehouden met verschillen tussen objecten. De Inspecteur had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verschillen tussen het vergelijkingsobject en de woning tegen elkaar opwogen, waardoor de gehanteerde waarde te hoog was. Het Hof stelde de waarde daarom vast op €451.000, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat het door belanghebbende betaalde griffierecht van €111 wordt vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige waardebepaling waarbij verschillen tussen objecten adequaat worden meegewogen en bevestigt dat een WOZ-waarde voor elk tijdvak opnieuw moet worden vastgesteld zonder dat eerdere waarderingen doorslaggevend zijn.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de recreatiewoning wordt vastgesteld op €451.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.