ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0417
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging onderhuurovereenkomst wasstraat en uitleg optierecht
In deze civiele zaak stond de uitleg van een optierecht in een onderhuurovereenkomst centraal. Total Nederland N.V. had een hoofdhuurovereenkomst met de gemeente Purmerend en verhuurde een deel van het gehuurde aan Ipic Nederland B.V. voor de exploitatie van een wasstraat. De hoofdhuurovereenkomst gaf Total een optierecht op verlenging, en Ipic claimde een repeterend optierecht op verlenging van de onderhuurovereenkomst.
De kantonrechter wees de vordering van Total af, stellende dat de onderhuurovereenkomst doorliep zolang Total de hoofdhuurovereenkomst had. Het hof oordeelde echter dat het optierecht in de onderhuurovereenkomst slechts eenmalig was en niet repeterend, gelet op de contracttekst, eerdere correspondentie en de redelijkheid en billijkheid.
Het hof verwierp de stelling van Ipic dat de beëindiging onredelijk was en bevestigde dat de overeenkomst per 1 december 2009 was geëindigd. Total werd in het gelijk gesteld en Ipic veroordeeld tot ontruiming, betaling van gebruiksvergoeding voor de periode na 1 december 2009 en proceskosten. De machtiging voor ontruiming met politiehulp werd niet toegewezen omdat de deurwaarder dit kan regelen.
De uitspraak benadrukt het belang van objectieve uitleg van contracten tussen professionele partijen en bevestigt dat een optierecht niet automatisch repeterend is zonder duidelijke contractuele grondslag.
Uitkomst: De onderhuurovereenkomst tussen Total en Ipic eindigt per 1 december 2009 met veroordeling tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding.