ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1781
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.T. van der Hoeven-Oud
- V. Disselkoen
- L.G. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep arbeidsongeval val van trap door oververmoeidheid en arbeidsomstandigheden
Appellant, werknemer bij een schoonmaakbedrijf, stelt dat hij op 1 november 2006 tijdens werkzaamheden bij EON van een trap is gevallen als gevolg van oververmoeidheid door te veel gewerkte uren en slechte arbeidsomstandigheden. Hij vordert schadevergoeding van zijn werkgever CSH en diens verzekeraar NN. De kantonrechter wees de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van de val.
In hoger beroep bevestigt het hof dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd van de val en het causaal verband met arbeidsongeschiktheid. De verklaring van de getuige is tegenstrijdig en niet overtuigend, en medisch bewijs is onvoldoende onderbouwd. Het hof wijst erop dat de omkeringsregel niet van toepassing is omdat de Arbeidstijdenwet niet beschermt tegen een specifiek gevaar.
Het hof constateert dat appellant mogelijk te veel uren heeft gewerkt, wat een schending van de zorgplicht van CSH kan betekenen, maar het exacte aantal uren is betwist. Ook de stelling dat appellant blootgesteld was aan gevaarlijke stoffen is onvoldoende onderbouwd. Het hof staat nadere bewijslevering toe, waaronder getuigenverhoren en deskundigenonderzoek, en houdt verdere beslissing aan totdat bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat nadere bewijslevering toe en houdt verdere beslissing aan over de aansprakelijkheid en schadevergoeding.