ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6566
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Kempen
- De Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Eenhoofdig ouderlijk gezag toegekend aan vader met vaststelling zorg- en omgangsregeling
In deze zaak stond de vraag centraal wie het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige zou krijgen en hoe de zorg- en omgangsregeling zou worden vastgesteld. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze het gezag, de hoofdverblijfplaats, de omgangsregeling, het tijdstip van afgifte van de minderjarige en de ticketinformatie betrof. Het gezag werd uitsluitend aan de vader toegekend, waarbij de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft.
De omgangsregeling werd vastgesteld op basis van een week-op/week-af schema met een gelijke verdeling van vakanties en feestdagen. Het hof nam het door de vader opgestelde schema voor 2012 als uitgangspunt en bepaalde dat partijen jaarlijks uiterlijk 1 december een schema voor het volgende jaar opstellen. Daarnaast werd de overdrachtsregeling van de rechtbank gehandhaafd. Het hof wees verzoeken van de vader af die betrekking hadden op dwangsommen en ticketinformatie, omdat deze maatregelen het normaliseren van de ouderrelatie zouden belemmeren.
Beide ouders hebben een moeizame relatie met wederzijdse beschuldigingen, maar het hof achtte de vader beter in staat om invulling te geven aan gelijkwaardig ouderschap en het bevorderen van de banden tussen de minderjarige en beide ouders. De moeder werd niet belast met het gezag vanwege haar belemmerende houding en het niet bevorderen van de relatie tussen vader en kind. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het eenhoofdig ouderlijk gezag wordt toegekend aan de vader met de hoofdverblijfplaats bij hem en een week-op/week-af omgangsregeling wordt vastgesteld.