ECLI:NL:GHSGR:2012:BX9220
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen raadsheren hof wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren van het hof die zijn strafzaak behandelden, stellende dat er sprake was van partijdigheid vanwege vermeende sabotage door politie en justitie, de benoeming van rechters door de Kroon en banden met het koningshuis.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd reeds lang bekend waren bij verzoeker. Daarnaast werden de geuite gronden inhoudelijk beoordeeld en als onvoldoende zwaarwegend verworpen.
De benoeming van de raadsheren door de Kroon en het lidmaatschap van de voorzitter van de strafkamer bij een studentenvereniging met banden naar het koningshuis werden niet als uitzonderlijke omstandigheden gezien die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer concludeerde dat geen aanwijzingen bestonden dat de rechters jegens verzoeker vooringenomen waren en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. De beslissing werd gegeven door drie raadsheren van het hof op 5 oktober 2012.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard en inhoudelijk afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.