ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6075
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Nederland hoeft Congolese getuigen niet van Internationaal Strafhof over te nemen
In deze zaak vorderen drie Congolese getuigen, gedetineerd in het Detention Centre van het Internationaal Strafhof (ICC) te Scheveningen, dat Nederland bereid wordt verklaard hen van het ICC over te nemen vanwege hun asielaanvragen. De getuigen hadden hun verklaringen voor het ICC afgerond en waren op basis van artikel 93 lid 7 van Pro het Statuut van Rome overgebracht en gedetineerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de getuigen zich in een uitzichtloze detentiesituatie bevinden omdat de asielprocedures hun terugzending naar de Democratische Republiek Congo (DRC) verhinderen. Het hof herroept dit oordeel en stelt dat de detentiegrondslag blijft berusten op het Statuut en de oorspronkelijke detentie in de DRC. Rechtsmiddelen tegen de detentie dienen in de DRC te worden ingesteld.
Het hof volgt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de uitspraak Longa dat het feit dat de getuigen zich op Nederlands grondgebied bevinden en asiel aanvragen, niet betekent dat Nederland rechtsmacht heeft over de rechtmatigheid van hun detentie. De vordering van de getuigen wordt afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de Congolese getuigen worden afgewezen; Nederland hoeft hen niet van het ICC over te nemen.