ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6454
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting aftrek NMa-boeten in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, moedermaatschappij van een concern met een fiscale eenheid, bracht in haar vennootschapsbelastingaangifte een bedrag van €708.121 aan NMa-boetes in aftrek. De Inspecteur corrigeerde deze aftrek en legde een aanslag op. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de aftrekuitsluiting van bestuurlijke boetes op grond van artikel 3.14 Wet IB 2001 en artikel 8 Wet Pro Vpb 1969 in strijd is met Europees recht, het gelijkheidsbeginsel, en mensenrechtenverdragen. Belanghebbende stelde dat de aftrekuitsluiting discrimineert en het strafrechtelijke karakter van de boete niet in acht neemt.
Het Hof oordeelde dat de nationale wetgeving niet in strijd is met het Europese mededingingsrecht, het non-discriminatiebeginsel of de mensenrechtenverdragen. De boetes zijn opgelegd binnen de Nederlandse rechtsorde en de nationale wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid. Het beroep van belanghebbende op Europese vrijheden faalt omdat geen concrete gevallen van discriminatie zijn gesteld en de regeling een objectieve rechtvaardiging kent.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waardoor de aftrek van NMa-boetes wordt uitgesloten.