ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0811
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en passendheid boeten bij navorderingsaanslagen vermogensbelasting
Belanghebbende was houder van rekeningen bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux) en werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen over de jaren 1991 tot en met 2000 wegens het niet opgeven van vermogensbestanddelen. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof ’s-Gravenhage voor herbeoordeling.
Het hof stelde vast dat belanghebbende inderdaad rekeningen met aanzienlijke saldi bij KB-Lux aanhield en dat hij bewust heeft gekozen voor een bank in een land met bankgeheim om vermogen aan de Nederlandse fiscus te onttrekken. De inspecteur had voldoende bewijs geleverd dat belanghebbende opzettelijk relevante vermogensbestanddelen niet had opgegeven in zijn aangiften.
Het hof oordeelde dat de boeten, vastgesteld op 80% van de nagevorderde belasting en verminderd tot 64% door het hof Amsterdam, passend en geboden zijn gelet op de ernst van het vergrijp en het proportionaliteitsbeginsel. Er was geen aanleiding tot verdere vermindering van de boeten. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De boeten zijn passend en geboden en worden vastgesteld op 80% van de nagevorderde belasting, met inachtneming van eerdere vermindering tot 64%.