ECLI:NL:HR:2011:BR4871
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in cassatie over navorderingsaanslagen en boeten vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1991 tot en met 2000, inclusief verhogingen en boeten, zonder kwijtschelding van de verhogingen door de Inspecteur. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen en boeten. Het hof verklaarde vervolgens de beroepen gegrond, vernietigde de aanslagen, boeten en heffingsrente en matigde deze.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraken van het hof. De Hoge Raad stelde vast dat het hof de beoordeling van de boeten en verhogingen niet in overeenstemming had gebracht met eerdere jurisprudentie (arrest van 15 april 2011). Daarom vernietigde de Hoge Raad de uitspraken van het hof, behoudens de beslissing over proceskosten, en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.
De Hoge Raad bepaalde dat het gerechtshof moet beoordelen of de Inspecteur het bewijs heeft geleverd dat belanghebbende de feiten heeft begaan waarvoor de boete is opgelegd en of de boeten passend en geboden zijn. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraken van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest van 15 april 2011.