ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ7089
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieplicht volksverzekeringen voor rijnvarende woonachtig in Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en werkzaam op binnenvaartschepen die onder het Rijnvarendenverdrag vallen, was in 2006 in dienst bij Luxemburgse ondernemingen en betaalde daar premies. Hij voerde aan dat hij op grond van een E106-verklaring verzekerd was in Luxemburg en niet in Nederland premieplichtig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende als rijnvarende valt onder het Rijnvarendenverdrag en dat de schepen behoren tot Nederlandse ondernemingen die de exploitatie en winstverantwoordelijkheid dragen. De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat de sociale verzekeringsplicht in Nederland ligt.
Het Hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het Rijnvarendenverdrag voorrang heeft boven de Verordening (EG) 1408/71, waardoor de E106-verklaring geen doorslaggevende waarde heeft. Het Hof stelt vast dat de schepen met winstoogmerk in de Rijnvaart werden gebruikt en dat de Nederlandse ondernemingen als exploitanten gelden.
Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de Belastingdienst enkel verantwoordelijk is voor heffing en inning van premies en niet voor regularisatieprocedures. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende premieplichtig is voor de volksverzekeringen in Nederland en verklaart het hoger beroep ongegrond.