ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6051
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Simons
- A. Bijlsma
- H.E. Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid rioolafvoerrecht aanslag gemeente Y over 1996
Belanghebbende, gebruiker van een eigendom aangesloten op de gemeentelijke riolering, kreeg voor 1996 een aanslag rioolafvoerrecht opgelegd door gemeente Y. Deze aanslag bedroeg ƒ 67.500,-- plus een verhoging van ƒ 1.000,-- wegens het niet doen van aangifte. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en voerde aan dat de Verordening rioolrechten onrechtmatig was omdat de gemeente onjuist kosten toerekende, oninbaarheid verrekende en kosten voor regenwater en Lozingsverordening ten onrechte meenam.
De gemeente had de aanslag gebaseerd op een raming van 75.241 m3 afvalwater, waarbij zij 1% in mindering bracht wegens oninbare vorderingen en een deel van de kapitaallasten (ca. 25%) aan het rioolafvoerrecht toerekende. De kosten van onderhoud en beheer werden volledig toegerekend aan het rioolafvoerrecht. Belanghebbende stelde dat deze toerekening niet volgens goed koopmansgebruik was en dat de kosten voor toezicht en controle niet verhaald mochten worden.
Het Hof oordeelde dat de gemeente een zekere vrijheid heeft bij de kostenverdeling tussen rioolafvoer- en aansluitingsrecht, mits dit controleerbaar is vastgelegd. De wijziging van kostenverdeling in 1996 was gerechtvaardigd door een arrest van de Hoge Raad. De gemeente mocht rekening houden met oninbaarheid en de kosten verbonden aan het toezicht binnen het rioolstelsel waren voldoende gerelateerd om via het rioolafvoerrecht te verhalen. Ook de kosten voor de afvoer van regenwater behoeven niet te worden uitgesloten.
Uiteindelijk concludeerde het Hof dat de geraamde baten van ƒ 6.589.469,-- de geraamde lasten van ƒ 6.601.000,-- niet overschrijden, waardoor de Verordening en aanslag rechtmatig zijn. De bestreden uitspraak werd bevestigd en de proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag rioolafvoerrecht 1996 en wijst het beroep van belanghebbende af.