ECLI:NL:GHSHE:2001:AB2379
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Cassatie
- J.A. Meijer
- G.J. van Muijen
- B.D. Teunissen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdracht onderneming aan vennootschap in belastingzaak over grondverkoop
Belanghebbende en zijn echtgenote dreven een agrarische onderneming die zij op 1 april 1992 inbrachten in een besloten vennootschap (B.V.). Een groot deel van de grond, inclusief kalkoenenschuren, werd kort daarna verkocht aan de gemeente in verband met een nieuw bestemmingsplan en aanleg van een verkeersweg.
De kern van het geschil betrof de vraag of de overdracht van de onderneming aan de vennootschap had plaatsgevonden in de zin van artikel 45, vijfde lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het hof oordeelde dat de vennootschap de onderneming niet had overgenomen, omdat de grondverkoop aan de gemeente onafwendbaar was en de vennootschap slechts tijdelijk eigenaar was totdat de verkoop was afgerond.
De Inspecteur stelde dat de lijfrente die belanghebbende ontving geen tegenprestatie was voor overdracht van een onderneming en dat de koopsom niet in mindering kon worden gebracht op het inkomen. Het hof volgde dit standpunt en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak bevestigt het belang van de feitelijke omstandigheden bij de beoordeling van overdracht van een onderneming en benadrukt dat tijdelijke eigendom in afwachting van onteigening of verkoop niet gelijkstaat aan overdracht van een zelfstandige onderneming.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de onderneming niet is overgedragen aan de vennootschap en wijst het beroep af.