ECLI:NL:GHSHE:2001:AE2265
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- P. Fortuin
- A.F.M. Brenninkmeijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag inkomsten uit tijdelijk vruchtgebruik en opstalrecht
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van N B.V., was eigenaar van een perceel grond met daarop opstallen, belast met een recht van opstal dat eindigde op 31 december 1999. In 1989 werd een notariële akte opgesteld waarbij het recht van opstal werd beëindigd en een tijdelijk recht van vruchtgebruik werd gevestigd ten behoeve van N B.V. De Inspecteur stelde dat de ontvangen bedragen voor het vruchtgebruik en de beëindiging van het opstalrecht als bijzondere wijze van rendabel maken van vermogen moesten worden belast.
Belanghebbende voerde aan dat er geen sprake was van belastbare inkomsten uit vermogen, verwijzend naar jurisprudentie over de koop van bloot eigendom. Subsidiair stelde hij dat de waarde van het vruchtgebruik nihil was en dat, indien belast, het bijzondere tarief van toepassing zou moeten zijn.
Het Hof oordeelde dat het vestigen van het tijdelijke vruchtgebruik en de beëindiging van het opstalrecht inderdaad een bijzondere wijze van rendabel maken van vermogen vormden en dat de opbrengst in het belastbare inkomen moest worden opgenomen. De subsidiaire stellingen werden verworpen omdat ze te laat waren ingebracht of niet strookten met de feiten. Het Hof bevestigde de aanslag en wees het beroep af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag en wijst het beroep af; de opbrengst uit het vruchtgebruik en opstalrecht is belastbaar inkomen.