ECLI:NL:HR:2002:AF2250
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na herwaardering recht van opstal en vruchtgebruik
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 360.980. Het hof bevestigde deze aanslag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De kern van het geschil betrof een notariële akte van 1985 waarbij belanghebbende een perceel grond kocht met daarop een zakelijk recht van opstal ten behoeve van een B.V. In 1989 werd een transactie vastgelegd waarbij het recht van opstal werd afgestaan en een recht van vruchtgebruik werd gevestigd, waarbij de B.V. de blooteigendomswaarde van de opstallen vergoed kreeg.
De Hoge Raad oordeelde dat economisch gezien belanghebbende voorafgaand aan de vestiging van het vruchtgebruik slechts blote eigenaar was en dat het vruchtgebruik geen hogere waarde had dan het recht van opstal. Hierdoor was er geen sprake van een bijzondere rendabele exploitatie van het onroerend goed. Het hof had dit ten onrechte anders beoordeeld.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van het hof en de inspecteur, en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van ƒ 74.045. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 74.045.