ECLI:NL:HR:1998:AA2517
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Monné
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ontbreken bijzondere wijze van rendabel maken vermogen
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, werd navorderingsaanslag opgelegd over 1987 naar een belastbaar inkomen van f 315.799,--, gebaseerd op een rendabel maken van vermogen via onroerende zaken met vruchtgebruikconstructies. Het Hof had deze aanslag verminderd en de heffingsrente vernietigd.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het Hoofd van de eenheid Belastingdienst/Grote ondernemingen niet bevoegd was als procespartij op te treden en dat de navorderingsaanslag onterecht was omdat geen bijzondere wijze van rendabel maken van vermogen was vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het Hoofd wel bevoegd was en dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat de transacties economisch neerkwamen op rendabel maken van vermogen.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende slechts de blote eigendom had gekocht met voorbehouden vruchtgebruik door de BV, zonder dat hij zelf inkomsten uit vermogen ontving. De situatie was onvoldoende om navordering te rechtvaardigen. De navorderingsaanslag werd vernietigd en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987 wegens het ontbreken van een bijzondere wijze van rendabel maken van vermogen.