ECLI:NL:GHSHE:2003:AF7975
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van der Voort
- J. Swinkels
- C. van Raad
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt navordering vennootschapsbelasting na prijsgeven pensioenrechten
Belanghebbende, een vennootschap die haar feitelijke leiding in 1994 verplaatste naar de Nederlandse Antillen, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd wegens het prijsgeven van pensioenrechten door haar aandeelhouder en diens echtgenote. Deze pensioenrechten waren op de balans per 1 april 1994 gewaardeerd, maar de Inspecteur stelde dat het prijsgeven hiervan tot belastbare winst moest leiden.
Het Hof stelde vast dat het prijsgeven van de pensioenrechten een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigde, omdat de Inspecteur hiervan pas in 1999 op de hoogte was. De stelling van belanghebbende dat de navordering werd verhinderd door overschrijding van een redelijke termijn (artikel 6 EVRM Pro) werd verworpen.
Het Hof oordeelde dat bij de waardering van de pensioenverplichtingen per 1 april 1994 rekening moest worden gehouden met het voornemen van afzien van pensioenrechten, waarbij een kans van 5% werd aangenomen dat dit niet zou plaatsvinden. Hierdoor werd het belastbare bedrag verminderd tot ƒ 1.717.708,=. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van gemaakte kosten voor rechtsbijstand en griffierecht, vanwege een onrechtmatige daad door de Inspecteur.
Uitkomst: Het Hof vermindert de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting tot ƒ 1.717.708,= en veroordeelt de Staat tot vergoeding van schade en kosten.