ECLI:NL:HR:1997:AA3278
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt eindafrekening vennootschapsbelasting bij verplaatsing feitelijke leiding naar België
X B.V., een Nederlandse besloten vennootschap, verplaatste per 31 december 1990 haar feitelijke leiding van Nederland naar België. Voorheen maakte zij deel uit van een fiscale eenheid met haar Nederlandse moedervennootschap. De vraag was of na deze verplaatsing X B.V. nog in Nederland belastbare winst genoot, en of een eindafrekening over stille reserves in België gelegen onroerende zaken moest plaatsvinden.
Het Hof oordeelde dat X B.V. vanaf 1 januari 1991 inwoner van België werd volgens het belastingverdrag tussen Nederland en België, en dat haar winst alleen in België belastbaar was, tenzij zij in Nederland een vaste inrichting had, wat niet het geval was. Daarom moest de eindafrekening plaatsvinden conform artikel 16 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de middelen van cassatie. De Raad stelde dat het belastingverdrag de heffing over de winst volledig aan België toewijst, maar dat de regeling van artikel 16 Wet Pro IB 1964 ook bij verplaatsing van de leiding van toepassing is. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de eindafrekening geen belemmering vormt voor het recht van vrije vestiging en dat de regeling niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of discriminatieverbod.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eindafrekening vennootschapsbelasting bij verplaatsing van de feitelijke leiding naar België.