ECLI:NL:HR:2000:AA4985
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Vliet
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 3 Besluit proceskosten fiscale procedures bij samenhangende zaken
Belanghebbende was voor het jaar 1987 aanvankelijk aangeslagen op nihil premie-inkomen in de premieheffing volksverzekeringen, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd van ƒ 64.550 zonder verhoging. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigde deze navorderingsaanslag op bezwaar. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie de klachten tegen de toepassing van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten fiscale procedures, dat bepaalt dat samenhangende zaken als één zaak worden beschouwd voor de vaststelling van proceskosten. De klachten dat dit besluit in strijd zou zijn met de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken en het Eerste Protocol bij het EVRM werden verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het forfaitaire karakter van het Besluit niet onredelijk is en dat het niet leidt tot het niet vergoeden van kosten van betekenis, mits bijzondere omstandigheden niet aanwezig zijn. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het oordeel van het Hof en wees het cassatieberoep af.
Het arrest werd vastgesteld op 1 maart 2000 door de vice-president Jansen en raadsheren Van Vliet, Hammerstein, Van Amersfoort en Lourens, en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het Hof dat geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken voor samenhangende fiscale procedures.