ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8883
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens onrechtmatige werknemersspaarloonregeling
Belanghebbende, een vennootschap waarvan de directeur-grootaandeelhouder en diens echtgenote de enige werknemers waren, had voor de jaren 1998 en 1999 een werknemersspaarloonregeling opgezet. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op omdat deelname door deze werknemers in strijd was met artikel 23 van Pro de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregeling.
Belanghebbende voerde aan dat er sprake was van een in rechte te beschermen vertrouwen, onder meer door het uitblijven van actie van de Inspecteur na eerdere jurisprudentie en het volgen van de ingediende aangiften. Het Hof oordeelde dat belanghebbende al snel na eerdere uitspraken had kunnen weten dat de Inspecteur het standpunt van het Hof Amsterdam niet deelde en dat het volgen van aangiften geen bewuste standpuntbepaling inhield.
Verder stelde belanghebbende dat de regeling discriminerend was voor directeur-grootaandeelhouders, maar het Hof verwierp dit op grond van een arrest van de Hoge Raad uit 1999 en de latere wetswijzigingen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Het Hof wees ook het beroep op proceskostenvergoeding af en bepaalde dat belanghebbende het betaalde griffierecht niet terugkrijgt. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.