ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9129
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Feith
- De Groot-van Dijken
- Hendriks-Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepsfout advocaat bij niet-aanzeggen wettelijke rente over sociale uitkering
Deze civiele zaak betreft een beroepsfoutclaim van appellant tegen zijn voormalige advocaat vanwege het niet aanzeggen van wettelijke rente over een met terugwerkende kracht toegekende AAW/WAO-uitkering. De bedrijfsvereniging had aanvankelijk de uitkering geweigerd, maar na nader onderzoek toegekend vanaf juni 1980. Appellant ontving in 1987 een bedrag van bijna ƒ38.000, maar ontdekte pas in 1996 dat hij geen rente had ontvangen.
Appellant stelde dat de advocaat tekort was geschoten door de rente niet tijdig aan te vragen, wat hij als een beroepsfout kwalificeerde. De advocaat voerde verjaring aan en betwistte dat destijds een rentevordering al opeisbaar was of dat het nalaten een fout was volgens de toen geldende jurisprudentie.
Het hof onderzocht de stand van de rechtsopvatting in de relevante periode (medio 1982 tot eind 1983) en concludeerde dat het toen niet gebruikelijk of redelijk was om al rente aan te zeggen voordat een uitkeringsbeslissing definitief was. Latere jurisprudentie bevestigde dit pas in de jaren '90. Daarom was er geen sprake van een beroepsfout.
De rechtbank Maastricht had de vordering afgewezen wegens verjaring, maar het hof liet deze vraag open omdat ook bij niet-verjaring de vordering niet toewijsbaar was. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Maastricht.