ECLI:NL:GHSHE:2003:AH8938
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- J.W.J. Huige
- T. Blokland
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt landbouwstatus paardenopfokbedrijf voor belastingvrijstelling
Het geschil betrof de vraag of het paardenopfokbedrijf van de heer en mevrouw D, de 'F', kwalificeert als landbouwbedrijf in de zin van artikel 8, lid 1, aanhef en onder b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende had een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij de Inspecteur de landbouwvrijstelling niet toepaste, wat leidde tot een hogere aanslag.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de 'F' zich bezighoudt met het opfokken van jonge paarden tot circa drie jaar, waarna deze terugkeren naar hun eigenaren voor diverse doeleinden zoals fokkerij, sport of recreatie. Het Hof stelde vast dat het gebruik na de opfokperiode niet bepalend is voor de kwalificatie van het bedrijf als landbouwbedrijf.
Het Hof verwees naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem waarin paardenopfokbedrijven als landbouwbedrijven werden aangemerkt voor de omzetbelasting en vond geen reden om dit anders te beoordelen voor de inkomstenbelasting. Gelet op de bedrijfsactiviteiten, vergunningen en regelgeving oordeelde het Hof dat de 'F' een landbouwbedrijf is.
Daarom vernietigde het Hof de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot het door belanghebbende opgegeven belastbaar inkomen en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat het paardenopfokbedrijf een landbouwbedrijf is en vermindert de aanslag tot het door belanghebbende opgegeven belastbaar inkomen.