ECLI:NL:GHSHE:2003:AI0490
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van der Voort
- J. Swinkels
- C. van Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over basissalaris beroepswielrenner en toepassing dubbele belastingverdragen
Belanghebbende, een beroepswielrenner, was in 1998 in dienst bij A B.V. en ontving een basissalaris en start- en prijzengelden. Het geschil betrof de vraag of een deel van het basissalaris proportioneel aan drie landen waar hij werkzaamheden verrichtte, kon worden toegerekend voor de toepassing van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op basis van belastingverdragen.
De Inspecteur stelde dat het basissalaris volledig aan Nederland moest worden toegerekend, terwijl belanghebbende betoogde dat het salaris naar rato van het aantal dagen in de drie landen moest worden verdeeld. Het hof oordeelde dat de bepalingen in de belastingverdragen met België, Ierland en Spanje, gebaseerd op artikel 17 van Pro het OESO-modelverdrag 1963, een afwijkende regeling bevatten die toerekening van het salaris aan de landen waar werkzaamheden zijn verricht mogelijk maakt, ook bij korte duur.
Het hof stelde vast dat de aftrekbare kosten evenredig aan het basissalaris en de start- en prijzengelden moeten worden toegerekend. Uiteindelijk werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat een proportionele toerekening van het basissalaris aan drie buitenlandse landen gerechtvaardigd is en vermindert de aanslag.