ECLI:NL:HR:2007:AU3571
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening basissalaris sportbeoefenaar aan persoonlijke werkzaamheden in belastingverdragen
Belanghebbende, een beroepswielrenner woonachtig in Nederland, kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep werd verminderd door het Hof. Het geschil betrof de vraag of een deel van het basissalaris recht geeft op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting volgens het artiesten- en sportersartikel in de belastingverdragen met België, Ierland en Spanje.
De Hoge Raad oordeelde dat het basissalaris van een sportbeoefenaar onder omstandigheden kan worden toegerekend aan de persoonlijke werkzaamheden als zodanig, mits dit volgens de arbeidsovereenkomst bedoeld is als beloning voor die werkzaamheden. Dit omvat ook tijdsbesteding aan trainingen en andere met het optreden samenhangende activiteiten in het buitenland.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de Staatssecretaris dat het basissalaris niet aan buitenlandse werkzaamheden zou kunnen worden toegerekend zonder een duidelijk, direct verband tussen beloning en verrichte werkzaamheden. De uitspraak van het Hof werd bekrachtigd en het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bekrachtigd.